Een spookhuis is een huis waar naar verluidt bovennatuurlijke gebeurtenissen plaatsvinden. Van veel spookhuizen wordt aangenomen dat er geesten van overleden mensen rondwaren. Het gerucht dat het in een huis spookt, begint vaak nadat daar iets gewelddadigs of tragisch is gebeurd zoals een moord of zelfmoord. Spookhuizen zijn vaak oude kastelen of krakende, oude, verlaten huizen. En zijn ook in Zwolle te vinden.

Een wetenschappelijke verklaring is dat giftige gassen zoals koolmonoxide van defecte gasapparaten kunnen veroorzaken dat men hallucinaties ervaart. De koolmonoxidetheorie verklaart waarom spookhuizen meestal oude huizen zijn, die vaker oude en defecte apparatuur bevatten, en waarom er in de koude maanden meer spookgebeurtenissen worden gemeld. Deze theorie verklaart tevens waarom spoken meestal niet op foto’s of video’s zijn te zien. Ook Zwolle kent een aantal spookhuizen. Een van de bekendste spookhuizen staat aan de Voorstraat 19 op de hoek met de Drostenstraat. De spookverschijnselen deden zich voor rond 1880 toen het huis werd bewoond door bakker Willemsen. Het spook was in de spiegel te zien als een afzichtelijke man. Ook gingen deuren en ramen op onverklaarbare wijze open en dicht en hoorde men gerammel met kettingen. Willemsen was katholiek en riep de hulp in van de kapelaan. Deze bracht een aantal dagen biddend in het huis door en besprenkelde de muren met wijwater. Daarna werd er nooit meer iets van het spook vernomen.

Kelders

De kelders onder de Schepenzaal van het oude stadhuis worden ook beschouwd als een spooklocatie. Ze hebben een rijke geschiedenis. Eeuwen lang werden ze gebruikt voor de opslag van brandstof als kolen en turf. Daarnaast dienden zij als gevangenis voor mensen die in afwachting waren van hun proces in de Schepenzaal; de ringen waaraan zij vastzaten zijn nog steeds te zien. In de twintigste eeuw fungeerden de kelders zelfs als schietbaan voor de politie. De oorspronkelijke kruisgewelven zijn nog steeds zichtbaar, wat bijdraagt aan de mysterieuze sfeer van de ruimte.

Ruzie

Een derde spooklocatie is de Wijndragerstoren. Het verhaal gaat dat een wijnhandelaar ooit in de toren om het leven kwam na een ruzie over een wijntransactie. Hij zou dronken ruzie hebben gemaakt over de prijs van de wijn. Deze ruzie liep uit de hand en de wijnhandelaar overleed nadat hij ongelukkig ten val kwam in de toren. Sindsdien wordt beweerd dat de geest van deze wijnhandelaar door de Wijndragerstoren waart, op zoek naar zijn verloren wijnvoorraad en haatdragend op zoek naar de handelaar die hem van de trap duwde. Nachtelijke bezoekers en omwonenden beweren dat ze af en toe geluiden van brekend glas horen, alsof er wijnflessen vallen. Sommigen zeggen zelfs de geur van wijn te ruiken, ondanks dat er al jaren geen wijn meer wordt opgeslagen.

Olifant

Tenslotte een spookverhaal over de Broerenkerk. Na de Hervorming werd de Broerenkerk op verschillende manieren onteerd. Het gemeentebestuur vond het zelfs goed dat de heilige ruimte werd gebruikt als stal voor vreemde en wilde beesten, waarmee artiesten rondtrokken om het publiek te vermaken. Het toppunt was wel het verblijf van de Indische olifant Hansken met zijn dompteur Cornelis van Groenevelt in 1640. Dit artiestenduo trok veel bekijks in Europa. Rond 1640 was het duo ook neergestreken in Zwolle om zijn kunstje te vertonen. De Zwolse voorstelling ging helaas niet door. 's Nachts begon de olifant vreselijk te brullen en diezelfde nacht werd Groenevelt zo gekweld door spoken - waarschijnlijk geesten van verdreven monniken - dat hij geen nacht langer in Zwolle wilde blijven. Meer informatie over deze spookhuizen en andere sterke verhalen zijn te vinden in de publicatie ‘Sterke Verhalen pad Zwolle' dat vanaf eind juni voor 5 euro te koop is bij de Zwolse boekhandels en het Zwolse Balletjeshuis.