Prinsjesdag is weer geweest. De hoedjes zijn opgeborgen, de koets staat weer op stal en de rekenmachines hebben overuren gemaakt.
Nederland is een rijk land. Toch moeten we steeds moeilijkere keuzes maken. Vooral in de zorg. We worden ouder – wat op zichzelf natuurlijk uitstekend nieuws is – maar helaas worden we niet allemaal gezond ouder. Ondertussen lijken depressies, burn-outs en andere mentale klachten ook niet bepaald van plan om Nederland te verlaten.
De vraag naar zorg groeit dus. En zorg kost geld. Veel geld. Dan verschijnt het magische woord: preventie. Eigenlijk is preventie een prachtig idee. Misschien zelfs het goedkoopste medicijn dat er bestaat. Word niet ziek. Daar kan weinig tegenop.
Alleen zit er één klein praktisch probleempje aan: hoe doe je dat? Als diëtist zie ik veel mensen met chronische aandoeningen. Mensen die soms al jarenlang medicijnen gebruiken en verschillende voedingsadviezen hebben gekregen. Tegen de tijd dat ze bij mij komen, moeten diabetes, hartproblemen, darmklachten, overgewicht, een verminderde nierfunctie en een handvol medicijnen soms allemaal tegelijk aan tafel. En dan wordt eten ineens hogere wiskunde. Wat voor de ene aandoening verstandig is, kan bij een andere aandoening juist minder handig zijn. Dan kun je niet meer simpelweg zeggen: eet gezond. Je moet kijken naar de hele mens.
Daarom denk ik steeds vaker: we komen te laat in beeld. De beste tijd om naar een diëtist te gaan, is misschien niet wanneer je al ziek bent. Het is juist wanneer je je nog gezond voelt. Een beetje zoals met de tandarts. We wachten ook niet tot alle tanden eruit liggen voordat we eens informeren of poetsen misschien verstandig was geweest. Onze manier van eten verandert voortdurend. We eten anders, leven anders, bewegen anders en worden ouder dan vroeger. Gezond eten volgens algemene richtlijnen klinkt eenvoudig, maar in de praktijk blijkt het verrassend ingewikkeld. En ja, tegenwoordig kunnen we het natuurlijk ook aan ChatGPT vragen. Binnen een paar seconden staat er een prachtig voedingsschema op het scherm. Heel efficiënt.
Maar een computer heeft niet meegemaakt wat jij meemaakt. Hij begrijpt niet wat je voelt; hij geeft alleen maar standaard passende antwoorden. Hij heeft daardoor geen empathie. Hij heeft geen twintig jaar patiënten gezien, geen klinische ervaring opgedaan en geen mens tegenover zich bij wie vijf verschillende adviezen met elkaar botsen. Richtlijnen zijn belangrijk, maar voedingszorg is meer dan richtlijnen volgen en calorieën berekenen. Ieder lichaam is anders. Iedere levensfase is anders. En ieder mens heeft zijn eigen verhaal. Daarom geloof ik in voeding als medicijn. Niet omdat voeding alle medicijnen kan vervangen – zo eenvoudig is het gelukkig niet – maar omdat goede voeding kan helpen het lichaam zo lang mogelijk gezond en sterk te houden. En als je toch ziek wordt? Dan wordt goede voeding misschien nog belangrijker. Om het lichaam te ondersteunen, herstel te bevorderen en de medische behandeling zo goed mogelijk aan te vullen. Misschien moeten we preventie daarom niet zien als iets wat begint wanneer de dokter zegt dat er iets mis is. Misschien begint preventie gewoon bij het avondeten. En het liefst een paar jaar eerder.
Tip de redactie