KAMPEN – Dit jaar gaat de Erfgoedprijs Zwolle-Kampen naar Stichting Ons Erfgoed voor het levend houden van de geschiedenis van de Kamper stadsboeren. De prijs werd uitgereikt door Kamper wethouder Robertjan de Wilde (Erfgoed) samen met zijn Zwolse collega Anja Roelfs. Plaats van handeling was de stadsboerderij aan de Groenestraat. Daar gaat het (boeren)leven decennia terug in de tijd.

door de redactie

Museum Stadsboerderij Kampen is samen met Museumboerderij Erf 29 en de Oogstdag op Kampereiland aangesloten bij Stichting Ons Erfgoed. Zij beoogt de herinnering aan het agrarische verleden van Kampen levend en beleefbaar te houden. De behouden stadsboerderij aan de Groenestraat speelt daarbij een belangrijke rol. Het vele werk van de vrijwilligers is nu bekroond met de Erfgoedprijs, juist in het jaar dat de museale stadsboerderij haar zilveren jubileum viert.

Koeboeren

Aan inwoners en bezoekers van de stad laat de stadsboerderij het leven zien van de koeboeren. Die waren in de stad in en na de middeleeuwen de gewoonste zaak van de wereld. Verspreid over de stad kende Kampen een paar honderd koeboeren. Stadsboeren kwamen in veel plaatsen voor, aldus Evert Duitman, voorzitter van de beheercommissie. Het aantal en de lange duur maken echter hun verhaal in Kampen bijzonder. In 1970 waren er nog vier stadsboeren maar inmiddels was er een uitsterfconstructie ingezet. Toch nam de Kamper binnenstad pas in 2000 afscheid van haar laatste boer: Teun van Zuthem. In de stadsboerderij aan de Groenestraat 94 liepen tot 1975 de koeien. De lange Groenestraat, die al op kaarten uit de dertiende eeuw genoemd wordt, heeft zo’n zestig koeboeren gekend. Kort na het stoppen van Van Zuthem is Museum Stadsboerderij gestart: op 7 juli 2001 opende ze haar deuren.

Jubileum

In juni werd het zilveren jubileum gevierd met een buitententoonstelling bij de Stadskazerne. Historische Verenging ’Jan van Arkel’ presenteerde een speciaal aan de Kamper koeboeren gewijde editie van haar tijdschrift. Daarin wordt aan de hand van verhalen en foto’s het leven geschetst van de boeren die tot de eeuwwisseling tussen de andere burgers midden in de stad leefden en werkten. ’s Winters stonden de koeien op stal en ’s zomers konden ze naar de stadsburgerweyden aan de rand van stad destijds. Mits men het groot burgerrecht had.

Gerda van Dijk, één van de vrijwillig(st)ers weet er alles over te vertellen. Als ’uithangbord’ van het museum loopt zij altijd in klederdracht. Juist op de dag van de Erfgoedprijsuitreiking, wordt bekend dat een nieuwe, jonge vrijwilliger zich heeft aangemeld. Zo wordt de geschiedenis ook doorgegeven aan nieuwe generaties.

Oorkonde

De Erfgoedprijs wordt sinds 2008 jaarlijks uitgereikt, beurtelings in Zwolle en Kampen, aan hoeders van erfgoed in die gemeenten. Volgens Roelfs, zelf een boerendochter, gaat de prijs nu ”zeer verdiend” naar de Kamper stadsboerderij. Beide wethouders ondertekenden de oorkonde die samen met een som van €1000 de prijs vormt.

Stoelfs trok een parallel tussen de onrust onder de boeren toen en nu. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was er een uitsterfconstructie ingezet en moesten de stadsboeren naar Kampereiland. Heden worden de boeren gemangeld tussen milieuregels en grondhonger voor industrie en woningbouw. Aan de Groenestraat 94 leeft het vroegere boerenleven in de stad Kampen voort. Gelauwerd en wel.