Aan de Giekstraat, tegenover het Ichthus College, staat het Wilgenhuis. Hier wonen mensen met dementie in een kleinschalige omgeving. Met eigen meubels, gezamenlijke maaltijden en persoonlijke aandacht proberen medewerkers een vertrouwd thuis te bieden. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
door Emma Rosier
Het Wilgenhuis valt onder Amadozorg. Er wonen er voornamelijk mensen met dementie, en de bedoeling is dat ze op een zo huiselijk mogelijke manier daar kunnen wonen. “We zijn kleinschalig, we hebben 23 appartementen.” Joyce Rienks is locatiemanager, “Doordat we kleinschalig zijn, zijn we nauw betrokken bij de bewoners en staan we heel dicht bij de bewoner en zijn familie.” Bij Amadozorg zien ze dat als een plus, er zijn geen afdelingen en dus kan er volgens Joyce zo meer mensen op de vloer gezet worden.
Uiterlijk
Om te kijken hoe het er op deze locatie van binnen uitziet, loop ik mee op een vrijdag middag met Tineke Wolters, ze is huiskamermedewerkster en werkt van half vier tot half tien. Bij aankomst zitten er een aantal bewoners buiten, het is mooi weer. Ze mogen overal komen waar ze willen. Om weglopen te voorkomen krijgen diegene die dat sneller kunnen doen een tracker om hun pols. Het hek waarachter Tineke haar fiets neerzet vergt nogal wat denkkracht. Loop je naar binnen, kom je terecht in een hal die veel op een gang lijkt van een ‘normaal’ huis. De muren hebben zachte kleuren en er hangen schilderijen en foto’s. Rechtdoor is de keuken, ook daar mogen de bewoners naar binnen, maar er is er eigenlijk altijd wel een werknemer te vinden. De keuken is het middelpunt van het gebouw, aan beide zijden zit een woonkamer. De 23 bewoners worden verdeeld onder deze twee huiskamers. In die kamers staan de stoelen die de bewoners van hun oude huis hebben meegebracht voor het enorme raam. Er staat een eettafel, en een zithoek, maar op dit moment zijn er weinig bewoners hier te vinden.
Huiselijk
Ze zitten dus buiten, of op hun kamer met familie. Tineke begint haar dienst door direct tewerk te gaan met de afwas. Is dit je favoriete klus? “Haha, nee dat niet maar het moet wel.” Ze werkt haar favoriete dienst, ze eten samen in de avond nadat een andere huiskamermedewerker heeft gekookt en ze mag later op de avond spellen spelen met de bewoners. “We proberen hier echt een thuis te vormen voor de bewoner, honderd procent lukt dat natuurlijk nooit, want iemand komt echt uit zijn vertrouwde omgeving. Maar we proberen dat dus wel door heel huiselijk aan te sluiten met eigen spullen.” Zegt Joyce. De appartementen worden dus gebaseerd op de oude huizen van de bewoners.
Van iedereen die ik spreek, krijg ik te horen dat de families tevreden zijn met deze manier van verzorging. “Het verloopt eigenlijk altijd soepel met de familie. Het bezoek en de bewoner gaan dan naar het appartement, om chaos te voorkomen. Ze zijn erg blij met ons.” Zegt Tineke. Voordat iemand hier geplaatst wordt, komen de familieleden altijd even langs om te kijken hoe het hier gaat voordat ze een beslissing maken. En zelfs een aantal mensen van Amadozorg zelf gaan voordat bewoners komen op huisbezoek. Zo wordt de familie er tot het einde erbij betrokken. Of het ook meer kost om hier verzorgt te worden? Joyce zegt dat het niet veel scheelt, en hun site geeft aan dat het verschilt per financiële situatie. Maar er kan zeker op gerekend worden dat er toch wát extra geld in komt te zitten, voor deze type zorg.
Tip de redactie