Swifterbanter Jimte Greijdanus vertrekt in november voor de elfde keer naar Oekraïne. Twee maanden na het begin van de Russische inval in februari 2022 reed hij voor de eerste keer richting het land en sindsdien is hij vastberaden om dat vol te houden. “Zolang als nodig is.”
door Joris Kaper
Greijdanus reist met een aantal anderen naar Oekraïne met minimaal een vrachtwagen en drie busjes. Volgeladen met goederen die de inwoners goed kunnen gebruiken. “Elk transport bevat weer andere goederen, een beetje afhankelijk van wat we binnenkrijgen en waar vraag naar is. Dat varieert van huishoudgoederen tot levensmiddelen, zaklampen, schoolbenodigdheden en kleding. Maar soms ook motoren en zelfs een trekker. Dat regelen we allemaal via ons eigen netwerk, maar soms ook via bijvoorbeeld Marktplaats. Het is altijd weer bijzonder om te zien hoe mensen en bedrijven ons vinden en goederen komen aanbieden”, aldus de Swifterbanter.
“Het hulpproject is opgezet door Drontenaar Gerjan Wielink, hij is direct in de eerste week van de oorlog met hulpgoederen vertrokken naar Oekraïne. Ik ben niet lang daarna meegegaan en sindsdien rij ik een paar keer per jaar die kant op. Dit keer gaat er onder meer een koelwagen mee, daar is behoefte aan. De Russen bombarderen ook distributiecentra van levensmiddelen. De aanvoering naar supermarkten is daardoor onregelmatig en soms ontstaat er door die aanvallen schaarste aan voedingsmiddelen die gekoeld moeten blijven. Door gebruik te maken van een koelwagen worden ze minder afhankelijk van die centra.”
Raketwerper
De Swifterbanter heeft nog het meest te doen met de kinderen in Oekraïne. “Zij lijden veel onder de oorlog. Een Oekraïense hulpverlener met wie ik contact heb, heeft een zoon van tien jaar. Hij vond tijdens het spelen een raketwerper en wilde daar zijn spreekbeurt over houden op school. Kun je je dat voorstellen? Onze kinderen houden hun spreekbeurt over konijnen. En de dochter van een dominee uit Odessa gaat al 4,5 jaar niet naar school. Zij krijgt online les en heeft daardoor weinig contact met leeftijdsgenootjes. Hun situatie gaat mij aan het hart.”
Reizen naar Oost-Oekraïne
Greijdanus kan dagelijks langer doorrijden met een vrachtwagen dan normaal gesproken mag, omdat het een hulpkonvooi is. “We proberen met de transporten altijd in één dag in de buurt van de Oekraïense grens te komen. Na al het papierwerk aan de grens, dat behoorlijk lang kan duren, verspreidt ons konvooi zich en rijden we richting verschillende locaties. In West-Oekraïne merk je nog weinig van de oorlog. Je moet niet vergeten dat het dagelijkse leven ook gewoon doorgaat. Alleen zie je weinig mannen op straat. Spanning voel ik daar ook niet, die stijgt naarmate je meer richting het oosten rijdt.”
Het afleveren van de goederen kan soms een haastklus zijn, zegt de Swifterbanter. “Op de plek van bestemming aangekomen beginnen we met uitladen en nemen we een kop koffie. Soms doen we dat niet eens in verband met mogelijk gevaar van bijvoorbeeld drones. Je moet je namelijk wel beseffen dat een vrachtwagen of depot een dankbaar doelwit kan zijn. We doen alles dus zo voorzichtig mogelijk. Telefoons gaan uit, uitingen van de hulpverlening aan de auto’s gaan er altijd af als we naar gebieden rijden dichterbij het front. En we rijden zonder de riem vast. Want mocht er iets voorvallen dan kan je gelijk uit de auto springen.”
“Als we daarna weer in de meer veilige gebieden zijn bezoek ik altijd een paar contacten, vrienden inmiddels, die we hebben leren kennen tijdens onze reizen. Bij hen kunnen we overnachten en een beetje bijkomen van de reis. En vaak bezoeken we nog wat locaties om te kijken of we daarvoor iets kunnen betekenen bij een volgende reis.”
“Als ik weer wegrijd uit Oekraïne vind ik dat best moeilijk,” zo geeft Greijdanus toe. ”Sommige mensen daar zetten zich op vrijwillige basis in om zoveel mogelijk hulp te bieden aan mensen die dat nodig hebben. Als zij wegvallen, worden de problemen daar alleen maar groter. Dat sterkt mij in het idee dat we hen moeten blijven helpen.
Eenmaal weer thuis moet ik ook altijd weer even bijkomen van zo’n reis.”
Tip de redactie